Verpakkingsbelasting 2011

De verpakkingsbelasting is vanaf 1 januari 2011 weer gewijzigd. Het gaat om de volgende wijzigingen:

- Laat u als importeur de verpakking van geïmporteerde producten verwijderen of afvoeren door een andere ondernemer? Dan moet u over deze verpakking verpakkingsbelasting betalen. Dat geldt ook als u hiervoor geen opdracht heeft gegeven of als de ondernemer de producten weer aan u ter beschikking stelt

Voor meer informatie over de verpakkingsbelasting, de verschillende termen die zijn gebruikt en de actuele tarieven verwijzen we u naar de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl/zakelijk/verpakkingenbelasting) en Nedvang (www.nedvang.nl).

Wijzingen 2010

Per ingang van 1 januari 2010 zijn er wederom een aantal wijzigingen in de verpakkingsbelasting. Gold in 2008 en 2009 een drempel van 15.000 kg in 2010 is deze drempel verhoogd naar 50.000 kg. Dit houdt in dat er minder bedrijven verpakkingsbelasting hoeven te gaan betalen. Een andere wijziging in 2010 is de verhoging van de tarieven.


Wijzigingen 2009


De uitvoering van de verpakkingsbelasting in 2008 leidt tot veel onduidelijkheden en problemen. Staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën heeft daarom voor 2009 de volgende wijzigingen doorgevoerd:
 

1) Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen primaire en secundaire verpakkingen, dit houdt in dat de tariefgroepen halveert. Wel worden de tarieven per groep verhoogd. Kijk voor de actuele tarieven op de site van de belastingdienst.
 

2) De verkooppuntverpakkingen verdwijnen. Dit houdt in dat bij verpakkingen zoals bakjes, zakjes en bijvoorbeeld rollen papier de verantwoordelijkheid verschuift van de leverancier / producent naar de verpakker.
 

3) Componenten hoeven niet meer los van elkaar te worden gewogen.
 

4) Een groot aantal logistieke hulpmiddelen, zoals kokers, pallets etc., verdwijnen uit de verpakkingsbelasting.


Achtergrond 2008


Op 1 januari 2008 is de wet ten aanzien van de verpakkingsbelasting in werking getreden. Het doel van deze wet is om een geldstroom te creëren die de verwerking van zwerfafval door gemeenten gedeeltelijk financiert, de algemene middelen van de overheid te vergroten en mensen bewuster te maken in de keuze voor verpakkingsmateriaal.

In principe ligt de verantwoordelijkheid voor de belastingsafdracht voor de verpakkingen an sich, zoals tape, folie en een doos bij de verpakker / de gebruiker van het verpakkingsmateriaal. De verantwoordelijkheid voor de belastingafdracht van de omverpakkingen, zoals omdozen en wikkelfolie, liggen bij de producent c.q. importeur.  Een uitzondering hierop zijn de “verkooppuntverpakkingen”. Hiervoor ligt de verantwoordelijkheid bij de producent c.q. importeur.

Het drempelgewicht voor het al dan niet moeten afdragen van verpakkingsbelasting is 15.000 kg. Indien een bedrijf minder dan 15.000 kg. aan verpakkingsmaterialen gebruikt, is er geen afdrachtverplichting. Voor veel bedrijven geldt dat ze niet aan dit gewicht komen en er dus geen afdracht hoeft plaats te vinden. U dient echter wel aan de belastingdienst aantoonbaar te kunnen maken of u er wel / niet aan voldoet.

De hoogte van de belastingtoeslag wordt bepaald door een aantal zaken. Ten eerste is de materiaalsoort, zoals papier, kunststof, metalen etc. bepalend. Er gelden namelijk verschillende belastingstoeslagen voor de verschillende materiaalsoorten. Daarnaast is de hoogte van de toeslag nog afhankelijk van het feit of het een primaire of secundaire verpakking betreft.

De definitie van verpakkingsmateriaal is erg breed en heeft betrekking op alle producten die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van andere producten.

Er zijn veel onduidelijkheden over de uitvoering van de wet. Er is daarom vanuit de belastingdienst een lijst opgesteld met een kwalificatie van de verkooppuntverpakkingen 2008. Wat is wel / niet een verkooppuntverpakking en is deze primair / secundair.  
 

slideshow